Germaine Richier | Museum Beelden aan Zee

Op maandag 24 en maandag 31 december is het museum geopend

1

Germaine Richier

februari - juni 2020

Germaine Richier

‘Ik voel me meer aangetrokken tot een tak van een dode boom dan door een uitbundig bloeiende appelboom.’

Germaine Richier (Grans 1904 – Montpellier 1959) was een van de belangrijkste beeldhouwers van vlak na de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk. In haar werk komt het gevoel van die tijd op indringende wijze tot uiting. Het ruwe, bekraste, aangevreten en bloedende oppervlak van haar sculpturen, half mens en half dier, getuigt van de existentiële angst en dilemma’s als gevolg van de oorlog. Van even grote invloed op de kunst van Richier waren haar jeugd in de natuur van de Provence, de ideeën van surrealisten en existentialisten in haar directe omgeving, alsook de weerstand die zij als vrouwelijke beeldhouwer ondervond en haar keuze voor het artistiek experiment, met een hang naar het fantastische.

Vanwege de haast gewelddadige manier waarop zij met haar materialen omging, werd Richier in 1953 door de surrealistische schrijver André Pieyre de Mandiargues een ‘natuurkracht’ genoemd. Hij benadrukte echter dat zij haar energie aanwendde om er iets positiefs mee te doen, zoals blijkt uit een werk als De storm (L’Orage, 1947). Hoewel de figuur verweerd en gehavend is, lijkt hij toch een stap naar voren te zetten.  De vernietiging is evident, maar er is tegelijkertijd ook hoop op overleving en wederopstanding. Die dualiteit is een van de kenmerken van Richiers kunst.


Germaine Richier, L’Orage (De storm), 1947,
brons Stedelijk Museum, Amsterdam

 

‘Alleen de mens is van belang’

De bronzen mensfiguren van Richier staan in een lange traditie. Ze leerde het beeldhouwersvak van Antoine Bourdelle, die op zijn beurt leerling was geweest van Auguste Rodin. Terwijl veel van haar tijdgenoten als reactie op de oorlog voor de abstractie kozen, bleef Richier het mensbeeld trouw, zij het niet zonder dit te veranderen. Vóór 1939 maakte ze realistische portretten en vrouwelijke naakten, tijdens en na de oorlog raakte haar artistieke wereld bevolkt met de meest fantastische wezens: een vrouw met insectenpoten, een paard met zes koppen, een bosbewoner met afdrukken van bladeren op zijn lichaam. Richiers figuren zijn nog steeds te herkennen als mensen, maar hun menselijkheid is breekbaar en complex. Ze weerspiegelen de naoorlogse psyche, aan de ene kant verscheurd, aangeslagen en animaal, aan de andere kant weerbaar en levenslustig.

 

‘Een vorm blijft levend zolang die zich niet onttrekt aan de expressie’

Ook met de technieken die zij toepaste, gaf Richier blijk van haar creatieve talent. Haar vroege, klassieke werk stond in het teken van vormonderzoek. Later werk ontleent zijn expressie aan de verschillende manieren van materiaalgebruik. Voordat ze haar sculpturen in brons goot, gebruikte ze natuurlijke materialen als takken en stenen. Sommige werken omwikkelde ze met draden om een gevoel van beklemming op te roepen. Het oppervlak van haar beelden vertoont vaak gaten en scheuren, alsof ze aan het vervallen zijn. In de jaren 50 begon Richier stukken gekleurd glas te verwerken en vroeg ze schilders om geschilderde achtergronden voor haar beelden te maken. Daarmee wordt ze wel gezien als voorloper van de Pop Art en het Nouveau Realisme.

 

Richier en Nederland

In haar eigen tijd was Richier een bekende naam voor het Nederlandse publiek. In 1955 en 1959 had ze een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam. Daarnaast deed ze mee aan verscheidene groepstentoonstellingen. Na haar dood waren haar sculpturen hier echter nog maar zelden te zien.

De tentoonstelling komt tot stand in samenwerking met Musée Picasso te Antibes en reist daarna door naar museum Beelden aan Zee. Het is de eerste belangrijke presentatie van Richiers kunst in Nederland sinds 1959 en biedt de kijker de mogelijkheid om dit even boeiende als verontrustende werk te herontdekken.